Bali is een Indonesisch eiland gelegen tussen Java in het westen en Lombok in het oosten. Het is een van de 33 provincies van het land met de provinciale hoofdstad Denpasar gelegen in het zuiden van het eiland.
Met een officieel bevolkingsaantal van 3.151.000 in 2005, is het eiland een thuis voor het grootste gedeelte van de kleine hindoeïstische minderheid in Indonesië. Het is ook de grootste toeristische bestemming in het land en staat bekend om zijn hoogontwikkelde kunst, waaronder dans, beeldhouwen, schilderen, leer- en metaalbewerking, en muziek.

Religie

In tegenstelling tot de rest van Indonesië waar de overgrote meerderheid Moslim is, praktiseert ongeveer 93,18% van de bevolking van Bali het Balinese hindoeïsme, wat is ontstaan uit een combinatie van bestaande lokale geloven en hindoeïstische invloeden van het vasteland van Zuidoost-Azië en Zuid-Azië. Minderheidsreligies omvatten Islam (4,79%), Christendom (1,38%), en het Boeddhisme (0,64%). Deze cijfers zijn exclusief de immigranten die uit andere delen van Indonesië komen.

Taal

Balinees en Bahasa Indonesisch zijn de meest gesproken talen in Bali. De overgrote meerderheid van de Balinezen zijn twee- of drietalig. Er zijn verschillende inheemse Balinese talen, maar de meeste Balinezen spreken ook de meest gesproken optie: modern algemeen Balinees. Het gebruik van verschillende Balinese talen werd traditioneel bepaald door het Balinese kaste-systeem en door de clan-lidmaatschap, maar deze traditie neemt gestaag af.
Engels is een veel voorkomende derde taal (en de eerste vreemde taal) van vele Balinezen, als gevolg van de eisen van de toerisme-industrie.

Cultuur

Bali staat bekend om zijn veelzijdige en verfijnde kunstvormen, zoals schilderkunst, beeldhouwkunst, houtsnijwerk, handwerk, en uitvoerende kunsten. De Balinese percussieorkestmuziek, bekend als gamelan, is sterk ontwikkeld en gevarieerd. Balinese dansen beelden verhalen uit de hindoeïstische heldendichten uit, zoals de Ramayana, maar met zware Balinese invloeden. Beroemde Balinese dansen zijn pendet, legong, baris, topeng, barong en kecak (de apendans).
Drie decennia geleden draaide de Balinese economie grotendeels om de landbouw, zowel in termen van productie als werkgelegenheid. Tegenwoordig is het toerisme de grootste industrie en als gevolg daarvan is Bali een van de welvarendste regio’s van Indonesië. De economie heeft echter sterk geleden als gevolg van de terroristische bomaanslagen in 2002 en 2005.
Hoewel in termen van geld het toerisme de grootste industrie voor de Balinese economie is, is de landbouw -en in het bijzonder de rijstteelt- nog steeds de grootste werkgever op het eiland. Gewassen die in kleinere hoeveelheden verbouwd worden zijn onder meer fruit, groenten, koffie, en andere gewassen die voldoende opbrengen om in het onderhoud te kunnen voorzien. Een aanzienlijk aantal Balinezen is ook visser. Bali staat verder ook bekend om zijn ambachtslieden die batik- en ikatdoek maken, evenals kleding, houtsnijwerk, stenen beelden en zilverwerk.