tasha and marian

Graag zou ik het verhaal vertellen over hoe het tehuis met de naam Rumah Bapaku is ontstaan. Het bouwen van een tehuis was een levenslange droom die ik al vele jaren diep in mijn hart koesterde. Ik ben geboren in een godvruchtige familie. Ik ben de jongste dochter van een pastoor en een lerares die beiden erg veel van kinderen houden. Dit verlangen om kinderen zonder familie te helpen ontstond toen ik zo’n negen jaar oud was. In die tijd overtuigden mijn ouders mij om samen met hen God te gaan dienen.

Het was 1976. Ik was zes jaar oud en ging nog niet naar school, toen de kerk en het huis waar we woonden (in Seririt, Bali, Indonesië) werden getroffen door een verschrikkelijke aardbeving. Alle huizen in onze regio stortten in. Mijn oudere zus en mijn neef werden bedolven onder het puin.

We waren kapot door het verlies van onze familieleden en ons huis. Daarna zijn we verhuisd naar een zeer eenvoudig huis in de sinaasappelgaard van mijn vader. Ik herinner mij de armoede waartoe vele gezinnen, net als het onze, vervielen die hun huis en familieleden hadden verloren.

pastor

Ik was zo’n zes jaar oud, en ik herinner me dat mijn vader op mij paste. Dit omdat mijn moeder lerares was en zij en mijn beide zussen in de ochtend naar school vertrokken. Dus al vanaf vroeg in de ochtend was mijn vader bezig. Hij kookte voor ons en ging naar de rivier om onze kleren te wassen en de borden schoon te maken. Daarna droeg hij mij op zijn rug en liep naar de bergen om kleine dorpjes te bezoeken. Hier zou hij de mensen vertellen over Christus’ liefde, en hielp hij op elke mogelijke manier de arme mensen die we tegenkwamen. Veel van de ouders die we bezochten gaven ons hun kind(eren), omdat ze zelf niet in staat waren om hun kinderen te voorzien van voedsel of een goede opleiding. Mijn ouders kwamen vaak thuis met behoeftige kinderen om dan voor ze te proberen christelijke tehuizen te vinden waar ze konden wonen. Dit zijn de ervaringen die ik van jongs af aan mee kreeg.
Toen ik negen jaar was, waren er negen kinderen in ons huis dat niet bedoelt was om zovelen te herbergen. Voor enige tijd woonden ze in ons zeer eenvoudige huis. We moesten eraan wennen voedsel, kleding, beddengoed en dekens met hen te delen. ‘s Avonds was het erg koud en moesten we op de grond slapen. We probeerden om zo dicht als maar mogelijk was op elkaar te slapen, omdat er maar twee kleine dekens waren die we met zijn allen moesten delen. Mijn ouders stonden vaak om middernacht op om ons dicht tegen elkaar aan te leggen. Op zo’n moment fluisterde ik tegen mijn vader: “Als ik later groot ben wil ik een groot huis bouwen voor de arme kinderen met een grote eettafel vol met allemaal soorten eten.” Want de lucht was die nacht erg koud en we hadden erge honger omdat er niet genoeg eten was voor iedereen.

tasha eva ita

Toen ik opgroeide, werd ik een workaholic zakenvrouw, die maar werkte en werkte. Positie en bezit werden een zeer belangrijk ding voor mij. Toen ik alles had wat ik wilde, met alle bezittingen die ik had, had ik nog steeds een leeg gevoel in mijn hart. Ik herinnerde mijn droom om een groot huis te bouwen voor minder fortuinlijke kinderen.

Daarom verliet ik in 2008 Californië (VS). Ik bouwde een groot huis, zoals ik ooit had gedroomd, voor arme en verwaarloosde kinderen om in te wonen en hen te helpen een normaal leven te ervaren zoals de meeste kinderen dat hebben. Mijn droom was om een comfortabele woning te bouwen voor deze kinderen, waar ze onvoorwaardelijke liefde konden krijgen en behandeld zouden worden als bijzondere kinderen van God. Dit alles zou gebeuren op basis van een plan dat Hij gemaakt had, gebaseerd op het geloof in de liefde van Christus.

Datzelfde jaar ben ik begonnen met het bezoeken van dorpen in Bali en Sumba. Ik wandelde door de bergen en dalen, en stak een zee over, op zoek naar behoeftige, arme, misbruikte en verlaten kinderen die ik kon plaatsen in Rumah Bapaku. Ik herinner me hoe, 32 jaar geleden, ik dit met mijn vader deed. Het verschil is dat ik toen op de rug van mijn vader werd gedragen en nu loop ik alleen, met mijn eigen voeten.

In april 2009 hebben we het kindertehuis Rumah Bapaku officieel geopend. Er wonen nu 18 jongens en 18 meisjes in de leeftijd van vier tot negen jaar. Vierentwintig kinderen komen van Bali en twaalf zijn van het eiland Sumba. Rumah Bapaku is de perfecte naam voor dit weeshuis, want het betekent Het Huis van Mijn Vader. De Heer Jezus Christus is onze Vader. Ik was verwonderd te zien hoe God deze bijzondere kinderen koos en hen naar ons huis bracht. God bouwt aan een nieuwe generatie van liefdevolle, zorgzame gelovigen in ons huis die een groeiende kennis van God en Zijn geestelijke waarheden hebben. In mijn hart ben ik zowel opgewonden als sprakeloos.

Ik heb moeilijke tijden gekend in mijn leven. Maar ook heb ik de top bereikt in mijn carrière als directeur van diverse nationale en internationale bedrijven. Tevens heb ik genoten van mijn vakanties en vele mooie plekken in de wereld bezocht. Maar in alle eerlijkheid moet ik toegeven dat het allemaal betekenisloos wordt wanneer 36 kinderen mij knuffelen en kussen, terwijl ze mij sussende woorden toefluisteren: “dank u Bunda (moeder in Indonesië)…” Hun gezichten zijn onschuldig met een oprechte glimlach en zij knuffelen mij met hun kleine handen. Dit is mijn ware geluk. Dit is mijn leven en ik zal hier voor altijd voor ze zijn.

Tijdens mijn leven heb ik gezien hoe mijn beide ouders onze Heer dienden op de plek waar ik ben opgegroeid. Het is tijd voor mij om door te gaan Hem te dienen met mijn nederig hart.

Ik draag Rumah Bapaku op aan mijn ouders, Pastoor Anak Agung Oka Panji Tisna en Desak Ketut Suci, die mij hebben opgeleid, mijn beste rolmodellen waren, en mijn hart hebben vergroot voor anderen, en aan Ita & Eva, mijn beide zusters die van me hielden en goed voor me hebben gezorgd. En ook aan Marian DuBois Stahl (VS) -moeder, vriendin, en mijn werkgever- Zij worden allen door God gebruikt om mij te helpen mijn droom te verwezenlijken. Laat alles wat we doen bij Rumah Bapaku eer brengen aan Jesus Christus, de Verlosser, die goede dingen heeft gebracht in mijn leven.

Amen…